In opdracht van de Provincie Utrecht en onder begeleiding van het CBK Utrecht, is i.s.m. vormgeverbureau Kusters & Montens en Krijn Christiaansen het project ‘Roman’ tot stand gekomen. In een verlaten appelboomgaard troffen bezoekers ingepakte objecten aan. De vormen konden van alles zijn; ingepakte archeologische vondsten, voor de winter beschermde standbeelden of neutrale decorstukken in een verhaal dat zich kennelijk afspeelt op deze plek. Bij de ingang kreeg iedere bezoeker gratis een lege roman. Uit de achterflap bleek dat het ging om het onvolledige literaire debuut van Chris Mochman, het pseudoniem van de vier betrokken kunstenaars en vormgevers. Met de lege kaft in de hand wandelde de bezoeker door de boomgaard en langs de objecten, waar hij de losse pagina’s met fragmenten van het verhaal aantrof. Al doende verzamelde de bezoeker de onvolledige inhoud van de roman. De flarden van het verhaal ‘hingen’ tussen de objecten in de boomgaard. Zodoende kwam de bezoeker onder andere achter het fascinerende verleden van deze plek, toen hier de Romeinse nederzetting Fectio nog lag.

Fragment uit Roman, van Chris Mochman:
…Maar gisteren werd er op straat gezongen en de eigenaars van de kelen die het ten gehore brachten waren uitbundig. Soms hoor je zoiets van een afstand en smelt de muziek samen met je omgeving. Het refrein stopt - een hond blaft precies op het juiste moment - en het volgende couplet wordt ingezet. Dan lijkt het of de wereld ontploft in dans en gezang. Een willekeurige voorbijganger wordt een bewegelijke figurant en de gevel van de principia een decor waarachter intriges verhuld gaan die zich in de volgende akte op straat zullen ontvouwen, maar altijd op een bepaalde manier begrijpelijk voor de toeschouwer. Het verhitte gesprek in een deuropening wordt, in canon, van gelal voorzien door het trio bij de latrine: de barbier, de smid en een soldaat met verband over één oog. Ze hebben hun armen om elkaars schouders en deinen in de maat. Een zwerm zwarte vogels suist in een neerwaartse boog over de hoofden van de acteurs, als een gebaar van de dirigent. Men gaat, van het ene been op het andere hoppend en met synchrone sprongetjes tussendoor, langzaam af. De muziek en de choreografie van het dagelijks leven sterven weg en ik blijf in het ongecoördineerde vervolg achter…

 

fotografie: Charlotte Kusters