In de maanden februari en maart van 2006 toonde W139 in de ondergrondse ruimtes van Post CS twee Parallel lopende projecten waarin op een indirecte manier de noties ding, sculptuur en ruimtelijkheid werden aangekaart. ‘Wat is/Wat zou kunnen' was een groepstoonstelling samengesteld door Kristof Van Gestel en werd simultaan gepresenteerd met ‘Korte Verhalen', een soloproject van Matthijs Bosman.

Voormalig directeur van W139 Ann Demeester over 'Korte verhalen':
Matthijs Bosman heeft een interesse in urban legends en Chinese whispers, verhalen die zichzelf lijken voort te planten en te multipliceren, maar hij profileert zich tevens als een ‘constructeur' die een voorliefde heeft voor het fysieke bouwwerk en beschikt over een geraffineerd plastisch gevoel. Hij is zowel ‘beeldenmaker' annex beeldhouwer als ‘raconteur'. Bosman ‘veroorzaakt' situaties, in de vorm van driedimensionale beelden of in de vorm van concepten, die via diverse communicatiekanalen – als fictieteksten, krantenartikelen of geruchten – de wereld in geholpen worden. In het kader van zijn tentoonstelling bij W139 past Bosman beide strategieën toe. Het werk ‘Anekdote' bijvoorbeeld verspreidt zich als een virus gedurende de loop van de tentoonstelling en functioneert louter als gesproken mededeling aan individuele bezoekers. De installaties ‘Souvenir' en 'Scène bij het huis van Izanour' zijn in wezen locaties, podia voor events die nooit zullen plaatsvinden, Ze vormen het geraamte van een verhaal dat niet geëxpliciteerd wordt. De betekenis van de 'settings' of assemblages die Bosman realiseert, schuilt niet in hun vorm of materialiteit maar in het ongeschreven scenario dat eraan ten grondslag ligt en in het web aan verhalende associaties die de werken bij de kijker oproepen. In ‘Scène bij het huis van Izanour' goochelt Bosman met referenties aan Hemingway, het leven in het diepe Zuiden van de US, de legendarische wolf Izengrin, de etymologie van de naam Eisenhouwer en dies meer, maar in eerste instantie roept hij een geladen (onheilspellende) atmosfeer op, creëert hij een soort suspense. ‘Souvenir' – een installatie die vage reminiscenties oproept aan de ‘environments' van Kienholz en een soort geabstraheerd 'buffet' ' aan de rand van een anonieme autobaan voorstelt – lijkt een tastbaar aandenken te zijn aan een typische transitplek waar reizigers zich tijdelijk ophouden maar die ze nooit echt ten volle beleven. Bosman speelt met associaties, vermoedens en (collectieve) herinneringen en manifesteert zich in deze tentoonstelling als een meesterlijk verteller.